Menu

Geschiedenis

De naam Schaijk werd vroeger gespeld als Scaeywijc, Scadewic of Schadewijk. Het woord wijk betekent: nederzetting. Sche of scha betekent bos, het betrof hier de griendgronden (wilgenbossen) langs het inundatiegebied van de Maas. Scha zou ook kunnen komen van schaat of schoot, een afgepaald stuk land.

De overblijfselen van een grafheuvel in de Gaalse Heide tonen aan dat het gebied van Schaijk al bewoond is geweest voordat de Romeinen hier ten tonele verschenen. Pas vanaf ongeveer 1200 is sprake van permanente bewoning. Ontginningen in het gebied tussen de buurtschappen Mun en Gaal werden uitgevoerd vanuit zogeheten uithoeven van de Abdij van Berne. Zo ontstond langs de rand van het inundatiegebied van de Beerse Maas een langgerekte buurtschap.

In de 13e eeuw maakte Schaijk deel uit van het zogenaamde Land van Herpen, vanaf 1324 ging de heerlijkheid Herpen behoren tot het Land van Ravenstein. In 1796 werd het Land van Ravenstein stilzwijgend bij de Bataafse Republiek ingelijfd en in 1806 ging dit landje deel uitmaken van het Koninkrijk Holland waarbij Schaijk een zelfstandige gemeente werd.

Onder de Franse bezetting werd Schaijk een municipaliteit, en bij de oprichting van het Koninkrijk der Nederlanden werd Schaijk een zelfstandige gemeente in de burgerlijke zin. Het telde toen ongeveer 1.300 inwoners.

De voormalige gemeente Schaijk is in haar huidige vorm in 1942 ontstaan door samenvoeging van de voormalige gemeente Schaijk en de voormalige gemeente Reek. Nadat in het begin van de 19e eeuw diverse pogingen om Reek als zelfstandige gemeente op te heffen schipbreuk hadden geleden, moest men tenslotte in 1942 zwichten voor de bevelen van de Duitse bezettingsmacht. Per 16 juli 1942 vond de annexatie van de gemeente Reek plaats. Hierbij waren 3 gemeenten betrokken. Grave kreeg het gebied de "Bergen", het Duifhuis ging voor het grootste gedeelte naar Zeeland en het overige maakte voortaan deel uit van Schaijk.

De kom van Schaijk ontwikkelt zich in eerste instantie langs de weg naar Reek (Past. v. Winkelstraat) en langs de provinciale weg naar Berghem en Herpen (Schutsboomstraat -Runstraat). De 'uitbreiding' bestaat uit enkele villa's en boerderijen. Het dorpscentrum bevindt zich nabij het kruispunt van deze wegen, waar kerk en raadhuis staan. Genoemd centrum wordt in de jaren vijftig en zestig versterkt. Buiten bebouwing van de hoofdstraten, volgt nieuwbouw. Deze neemt bouwgrond van boerderijen in beslag. Uitbreiding van woonruimte in de kern van Schaijk betekent afname van de boerderijfunctie. Grootschaliger uitbreidingen vinden vanaf de zestiger jaren plaats. Het zuidoostelijk deel van de kom wordt als eerste bebouwd (plan Molengraaf I). In het begin van de jaren zestig breidt Schaijk zich uit tussen de Bossestraat en Burg. Hoefnagelstraat. Ook de industrie krijgt de nodige aandacht. Aan de beide zijden van de Louwstraat wordt een industrieterrein gesitueerd. In 1970 maakt de gemeente een begin met de ontwikkeling van een nieuwe uitbreiding Molenaarstraat II. Hier zullen vooral bungalows verrijzen. In plan Het Ven zullen met name sociale woningbouw en bouw van particuliere woningen plaatsvinden.

Sinds 1 januari 1994 ligt op de grens van de Maaskant en het Brabantse Peelgebied de gemeente Landerd. Deze is voortgekomen uit de samenvoeging van de voormalige gemeenten Schaijk en Zeeland. Tot Landerd behoort ook het kerkdorp Reek, dat tot 1942 een zelfstandige gemeente was.

De naam van de gemeente Landerd heeft vele raakvlakken met het verleden, ze wijst op een landweer of verdedigingslinie. Gedurende het beleg van Grave in 1674 zijn in deze omgeving diverse vestingwerken aangelegd. In de Gaalse heide liep een dergelijke verdedigingslinie op de grens van Reek en Schaijk. Volgens overlevering liep zij zelfs door tot op Zeelands grondgebied. De Landerd was een strategisch gelegen wal, voorzien van een gracht of sloot, midden in een gebied met vennen en moerassen.

Het grondgebied van de gemeente Landerd wordt omsloten door de territoria van de gemeenten Berghem en Nistelrode in het westen, Uden en Mill in het zuiden, Grave in het oosten en Ravenstein in het noorden. Behalve de hoofdkernen Schaijk, Zeeland en Reek zijn binnen de gemeente nog enkele kleinere nederzettingen gelegen, zoals Mun, Schaijkse Hoek, Gaal, Driehuis, Oventje en Hooge Heide.

Bron: landerd.nl/ boek "De Stroat" - Toon Derks/ wikipedia.nl

terug naar boven